Loont het om je energielabel te verbeteren voordat je verkoopt?

Steeds meer huiseigenaren vragen zich af of het slim is om eerst te investeren in verduurzaming voordat ze hun huis in de verkoop zetten. Een nieuw dak, isolatie of zonnepanelen kosten geld en tijd — maar leveren ze bij verkoop ook echt meer op? Het antwoord is genuanceerd, maar de trend is duidelijk: een beter energielabel loont steeds meer. In dit artikel leg ik uit waarom, en wanneer het voor jou de moeite waard kan zijn.

Wat zegt het onderzoek?

Onderzoek van de Universiteit van Tilburg en de Universiteit Maastricht laat zien dat woningen met een slechter energielabel structureel minder opbrengen bij verkoop, omdat kopers steeds kritischer letten op de energieprestatie van een huis. Zelfs in de meest overspannen jaren van de woningmarkt werden woningen met een rood energielabel (F of G) nog altijd met een prijskorting verkocht.

Onderzoeksbureau Brainbay bevestigt dit beeld: elke stap naar een beter energielabel leidt tot een hogere gemiddelde woningwaarde, en zelfs kleine verbeteringen leveren al veel op. Concreet: een woning met energielabel C brengt gemiddeld 10,2% meer op dan een vergelijkbare woning met label G. En dat verschil groeit nog steeds: uit cijfers van NVM/Brainbay blijkt dat het prijsverschil tussen een roder en groener energielabel jaar op jaar blijft toenemen.

Een groener label heeft trouwens niet alleen effect op de prijs. Woningen met een groener energielabel verkopen doorgaans sneller en worden vaker overboden dan vergelijkbare woningen met een slechter label. Voor jou als verkoper betekent dat: minder lang in de verkoop, en een grotere kans op een goed bod.

Waarom kijken kopers zo sterk naar het label?

Dat kopers kritischer zijn geworden, heeft een simpele reden: een roder gelabelde woning betekent hogere stookkosten voor de koper, maar ook het vooruitzicht van kostbare verduurzamingsmaatregelen in de (nabije) toekomst. Kopers rekenen die toekomstige investering steeds vaker direct mee in hun bod. Een slecht label is dus niet alleen een "vlekje" op de energierekening, maar een tastbare kostenpost die een koper van de vraagprijs aftrekt.

Daar komt bij dat het energielabel wettelijk verplicht is bij verkoop: je kunt een woning simpelweg niet verkopen zonder geldig, geregistreerd label. Vanaf 29 mei 2026 is bovendien een nieuw, uitgebreider energielabel-ontwerp ingevoerd, met extra informatie over isolatie en concrete verbeteradviezen — waardoor kopers nog gerichter kunnen zien wat er aan een woning te verbeteren valt, en dus ook waar ze bij hun bod rekening mee houden.

Waar zit de grootste winst?

Niet elke labelstap levert evenveel op. Uit onderzoek blijkt dat de grootste waardesprong te behalen is bij oudere woningen die van een laag label (bijvoorbeeld D) naar A+ gaan, met name bij woningen van vóór 1920. Hoe slechter het startlabel, hoe groter doorgaans de relatieve waardestijging bij verbetering.

Dat wil niet zeggen dat verbeteren voor recentere woningen niet loont — ook daar geldt: elke stap omhoog telt mee. Maar als je woning nu een E, F of G heeft, is de potentiële winst het grootst.

Welke maatregelen tellen mee voor je label?

Het energielabel wordt sinds 2021 berekend op basis van de NTA8800-norm en kijkt naar drie zaken: de energiebehoefte van de woning voor een comfortabel binnenklimaat, het primaire fossiele energiegebruik van installaties, en het aandeel hernieuwbare energie uit natuurlijke bronnen. Maatregelen die vaak het meeste effect hebben op je labelklasse:

  • Isolatie: dak-, vloer-, spouwmuur- en glasisolatie zijn vaak de meest kosteneffectieve stappen, zeker bij oudere woningen.

  • Duurzame verwarming: een (hybride) warmtepomp of aansluiting op een warmtenet scoort sterk mee.

  • Zonnepanelen: verhogen het aandeel hernieuwbare energie en zijn relatief snel terug te verdienen.

  • HR++ of triple glas: verbetert zowel het label als het wooncomfort.

Niet elke maatregel is voor elke woning rendabel. Een energieadviseur of je makelaar kan op basis van je huidige label en bouwjaar aangeven welke stappen het meeste opleveren voor de minste investering.

Loont het altijd, voor iedereen?

Niet per se. Een aantal zaken om in overweging te nemen voordat je grote verduurzamingsmaatregelen aanvraagt vlak vóór de verkoop:

  • Terugverdientijd versus verkooptermijn: sommige maatregelen (zoals een warmtepomp) hebben een langere terugverdientijd dan de tijd die je nog in de woning woont. Bereken of de investering zich terugbetaalt in de meerwaarde bij verkoop, niet alleen in energiebesparing.

  • Kleine ingrepen kunnen al veel verschil maken: je hoeft niet altijd naar het hoogste label te streven. Van G naar E of D is vaak al een substantiële waardesprong, tegen een fractie van de kosten van een volledige renovatie.

  • Financieringsmogelijkheden: verduurzamingsmaatregelen kunnen vaak worden meegefinancierd in de hypotheek, ook wanneer je van plan bent te verkopen. Dit kan de drempel voor een investering verlagen.

  • Timing: sommige maatregelen (zoals isolatie) zijn relatief snel te realiseren, andere (zoals een warmtepomp) vragen meer voorbereidingstijd. Houd hier rekening mee als je al een verkoopdatum in gedachten hebt.

Conclusie: verduurzamen loont steeds vaker

De trend is duidelijk: een beter energielabel levert niet alleen een snellere verkoop op, maar ook een hogere verkoopprijs — en dat verschil wordt jaar na jaar groter. Vooral als je woning nu een laag label heeft, kan een gerichte investering in isolatie of duurzame installaties zich dubbel en dwars terugverdienen bij de verkoop.

Toch is niet elke maatregel voor elke woning en elke verkoper de moeite waard. Het antwoord hangt af van je huidige label, het bouwjaar van je woning, je verkooptermijn en het soort maatregel dat je overweegt.

Twijfel je of het voor jouw woning loont om eerst te verduurzamen, of juist "as is" te verkopen? Ik help je graag met een concreet advies, afgestemd op jouw situatie en de huidige markt.


Next
Next

Vraagprijs bepalen: hoe kom je tot een realistisch bedrag?